Nieuwsbrief Aanmelden
Statuten :
Meer (online) omzet en rendement
STATUTEN|
Stichting MKB en Internet Postbus 707 2900 AS Capelle aan den IJssel |
Telefoon: Fax: |
010 - 458 5911 010 - 458 6256 |
ING bank 67.48.35.115 BTW NL 8146.58.751B01 KvK: 24377615 |
Naam en zetel
Artikel 1
1. Naam stichting
De stichting draagt de naam: Stichting MKB en internet.
2. Plaats van vestiging
Zij is gevestigd te Capelle aan den IJssel.
Doel
Artikel 2
1. Doel
De stichting heeft ten doel: het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) adviseren en bewust maken van de mogelijkheden van het internet en het stimuleren van het (online) zakendoen met het Midden- en Kleinbedrijf en al hetgeen daarmee in de ruimste zin van het woord verband houdt.
2. Middelen
Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door:
- het adviseren, ondersteunen en begeleiden van internettoepassingen en - initiatieven voor het Midden- en Kleinbedrijf;
- het ter beschikking stellen van het “MKB-OK”-keurmerk, ter bevordering van het veilig en betrouwbaar online zakendoen;
- het verstrekken van informatie door middel van internet, nieuwsbrieven, cursussen, workshops, lezingen en alles wat daarmee verband houdt;
- deelneming aan beurzen en andere activiteiten die mede dienen ter bevordering van de doelstellingen en naamsbekendheid van de stichting;
- het stimuleren van rendementsverhogende activiteiten door middel van het internet;
- het ondersteunen en uitvoeren van activiteiten ter verbetering van het internetimago.
Geldmiddelen
Artikel 3
De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:
- de eventueel ter gelegenheid van de oprichting van de stichting voor de verwezenlijking van haar doel bijeen gebrachte of te brengen bedragen of goederen;
- donaties;
- subsidies en sponsorgelden;
- verkrijgingen krachtens erfstelling, legaat, schenking of gift;
- de inkomsten en revenuen die de stichting verkrijgt door de van haar uitgaande activiteiten en de exploitatie van haar bezittingen; en
- overige baten.
Het bestuur
Artikel 4
1. Aantal bestuursleden
De stichting wordt bestuurd door het bestuur, dat wordt gevormd door de bestuursleden. Het aantal bestuursleden bedraagt ten minste één en ten hoogste zeven. Als het bestuur op enig moment niet uit het voorgeschreven aantal bestuursleden bestaat, zijn de dan in functie zijnde bestuursleden niettemin tot uitoefening van het bestuur bevoegd, onverminderd de verplichting van de Raad van Toezicht om onmiddellijk in de vacature(s) te voorzien.
2. Benoeming bestuursleden op voordracht aan bestuur
De bestuursleden worden benoemd door het bestuur. Deze benoeming geschiedt voor alle bestuursleden op basis van voordracht. De voordracht wordt opgemaakt en schriftelijk bij het bestuur ingediend door de Raad van Toezicht. Bevat de voordracht de namen van meer personen, dan mag voor de benoeming van de volgorde in de voordracht worden afgeweken. Bij elke voordracht worden van de kandidaat in elk geval medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de functies die hij vervult en die hij heeft vervuld voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van zijn taak. De voordracht is niet bindend, met dien verstande dat bij afwijking van de voordracht de instantie die de voordracht opmaakte vooraf éénmaal in de gelegenheid moet worden gesteld een nieuwe voordracht in te dienen.
3. Voorziening in vacature
In een vacature moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Op het bestuur rust de verplichting om de Raad van Toezicht terstond van het ontstaan van de vacature op de hoogte te stellen. Wanneer door nalatigheid, verschil van mening of enige andere reden de benoeming van een bestuurslid uitblijft, wordt daarin - overeenkomstig artikel 2:299 Burgerlijk Wetboek - voorzien door de rechtbank te Rotterdam, op verzoek van iedere belanghebbende of op vordering van het openbaar ministerie.
4. Zittingsperiode onbepaald
De bestuursleden worden voor onbepaalde tijd benoemd. Het bestuur stelt aan de hand van de voorgeschreven zittingsduur een rooster van aftreden vast. Daarbij moet worden voorkomen dat het periodiek aftreden een evenwichtig functioneren van het bestuur in gevaar brengt, om welke reden het bestuur van geval tot geval de zittingsduur van een bestuurder mag verlengen met ten hoogste één jaar. Dit laatste besluit behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht.
5. Financiële bepaling
De bestuursleden genieten voor hun bestuurswerkzaamheden geen beloning. Indien geen Raad van Toezicht is benoemd kan het bestuur aan een bestuurder een tegemoetkoming toekennen voor de meer dan gebruikelijke tijd en inspanning die aan de functie van de betreffende bestuurder is verbonden. Een dergelijk besluit moet met algemene stemmen worden genomen en schriftelijk worden vastgelegd met ondertekening door alle bestuursleden. Het besluit kan bij gewoon meerderheidsbesluit op elk moment worden herzien. Indien een Raad van Toezicht is benoemd kan deze aan een bestuurder een tegemoetkoming toekennen voor de meer dan gebruikelijke tijd en inspanning die aan de functie van de betreffende bestuurder is verbonden. Het besluit kan op elk moment door de Raad van Toezicht worden herzien. De door bestuursleden gemaakte onkosten worden vergoed. Bedrijfsmatige of beroepsmatige leveranties, werkzaamheden of dienstverlening door een bestuurslid aan of ten behoeve van de stichting, behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, waarvan schriftelijk dient te blijken. Hetzelfde geldt als het bestuurslid bij deze leveranties,
werkzaamheden of dienstverlening een indirect belang heeft.
6. Einde bestuurslidmaatschap
Een bestuurslid verliest zijn functie:
- door zijn aftreden op eigen verzoek;
- door zijn benoeming als lid van de Raad van Toezicht;
- door zijn overlijden, onder curatelestelling of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;
- wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt;
- door zijn ontslag krachtens een besluit van de Raad van Toezicht;
- door zijn ontslag door de rechtbank;
- door zijn ontslag krachtens een eenstemmig besluit van alle overige bestuursleden mits ten minste drie bestuursleden in functie zijn;
- bij een bestuursbesluit genomen met ten minste twee/derde meerderheid in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal bestuurders aanwezig zijn;
- door zijn ontbinding als het bestuurslid een rechtspersoon is, hij feitelijk ophoudt te bestaan of het vrije beheer over zijn vermogen verliest. Een door de rechtbank ontslagen bestuurder is voor een periode van vijf jaar na het ontslag niet herbenoembaar als bestuurder van de stichting.
Het dagelijks bestuur
Artikel 5
1. Samenstelling
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester; zij kan ook plaatsvervangers aanwijzen die deze functies waarnemen in geval van ontstentenis of belet. Zij vormen samen het dagelijks bestuur. De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon verenigd zijn.
2. Taak
Het dagelijks bestuur heeft de zorg voor de dagelijkse gang van zaken met betrekking tot het functioneren van de stichting en zorgt voor de uitvoering van de bestuursbesluiten. Het komt daartoe regelmatig en naar bevind van zaken bijeen op initiatief van de voorzitter of een van de andere leden van het dagelijks bestuur.
Het dagelijks bestuur beslist met meerderheid van stemmen in een voltallige vergadering van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan buiten vergadering besluiten mits met algemene stemmen en mits geen van de bestuursleden zich tegen deze wijze van besluitvorming heeft verzet. Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer door hem aan te wijzen adviseurs. De secretaris draagt zorg voor bijhouding van de inschrijving in het Handelsregister.
Vertegenwoordiging van de stichting
Artikel 6
1. De stichting wordt vertegenwoordigd door:
- het bestuur; óf
- de voorzitter; óf
- de penningmeester.
2. Het bestuur kan aan een bestuurslid of een derde volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
3. Voor het aangaan van overeenkomsten die een financieel belang van vijf duizend euro (€.5.000,00) te boven gaan zijn de voorzitter en de penningmeester slechts gezamenlijk bevoegd de stichting te vertegenwoordigen.
Bevoegdheid bestuur
Artikel 7
1. Registergoederen
Het bestuur is alleen bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, met goedkeuring van de Raad van Toezicht, van welke goedkeuring schriftelijk moet blijken.
2. Zekerheidstelling voor anderen
Het bestuur is alleen bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een ander sterk maakt of zich tot zekerheid voor een schuld van een ander verbindt, mits dit berust op een met een meerderheid van drie vierde van de stemmen genomen bestuursbesluit en met goedkeuring van de Raad van Toezicht, van welke goedkeuring schriftelijk moet blijken.
Bestuursvergaderingen
Artikel 8
1. Frequentie
Het bestuur vergadert ten minste eenmaal per halfjaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee bestuursleden dit gewenst acht(en).
2. Oproeping en notulering
De secretaris roept op tot de vergadering door middel van een schriftelijke oproeping aan alle leden van het bestuur. Tussen de dag van verzending en die van de vergadering moeten ten minste zeven dagen liggen. De oproeping bevat een agenda van de te behandelen onderwerpen en waarnodig een nadere toelichting. De secretaris of een andere door de voorzitter daartoe aangewezen persoon maakt van het verhandelde in de vergadering notulen op die - nadat zij zijn vastgesteld - door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend. Ieder lid van het bestuur heeft recht op een door de secretaris uit te reiken en door hem te ondertekenen kopie van de notulen.
3. Vertegenwoordiging door volmacht
Een bestuurslid mag zich op de vergadering door een ander bestuurslid laten vertegenwoordigen. Daartoe is een aan de voorzitter te overleggen schriftelijke volmacht vereist. Een bestuurslid kan gevolmachtigde zijn voor ten hoogste één bestuurslid.
Besluitvorming door het bestuur
Artikel 9
1. Geldigheid
Het bestuur kan zowel in als buiten vergadering besluiten nemen. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald kan een besluit in de vergadering alleen worden genomen als meer dan de helft van het aantal in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is. Een besluit buiten de vergadering vereist eenstemmigheid van alle in functie zijnde bestuursleden, waarvan schriftelijk dient te blijken. Als werd gehandeld in strijd met het in deze statuten over de oproeping van de vergadering bepaalde, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, tenzij een of meer bestuurders zich daartegen verzetten.
2. Wijze van stemmen
De stemmingen geschieden mondeling, tenzij een bestuurslid schriftelijke stemming verlangt.
3. Vereiste meerderheid
Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, worden besluiten genomen met gewone meerderheid van stemmen.
4. Staken van stemmen
Mocht bij stemming over de benoeming van personen bij eerste stemming geen meerderheid worden verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaats hebben. Indien ook dan geen meerderheid verkregen wordt, zal bij een tussenstemming worden beslist tussen welke personen zal worden herstemd. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot; staken de stemmen bij een andere stemming dan is het voorstel verworpen.
De raad van toezicht
Artikel 10
1. Taak
De stichting kan een Raad van Toezicht instellen. De Raad van Toezicht houdt toezicht op de algemene gang van zaken in de stichting en het beleid van het bestuur. Hij oefent voorts die taken en bevoegdheden uit die hem in deze statuten zijn opgedragen en toegekend.
2. Aantal
Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht en bedraagt ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen.
3. Benoeming en ontslag
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd en ontslagen door de Raad van Toezicht. Voor de eerste keer worden de leden benoemd door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Een lid van de Raad van Toezicht kan niet tevens lid van het bestuur zijn. De Raad van Toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een secretaris aan.
4. Einde lidmaatschap
Een lid van de Raad van Toezicht verliest zijn functie:
- door zijn aftreden op eigen verzoek;
- door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden;
- wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt;
- door zijn overlijden, onder curatelestelling of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;
- door zijn ontslag krachtens een eenstemmig besluit van alle overige leden van de Raad van Toezicht;
- door toetreding als lid van het bestuur.
5. Uitvoering taak
De Raad van Toezicht heeft recht op alle voor de uitoefening van zijn taak en bevoegdheden noodzakelijke gegevens. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft recht op alle inlichtingen die deze nodig heeft of vraagt met betrekking tot de aangelegenheden van de stichting. De Raad van Toezicht heeft recht op inzage van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting. Het stichtingsbestuur is verplicht, waar nodig uit eigen beweging en anders op eerste verzoek, de hiervoor vermelde gegevens, inlichtingen en inzage te verstrekken en de Raad van Toezicht en zijn leden in staat te stellen hun taak onbelemmerd uit te oefenen. De Raad van Toezicht kan zich op kosten van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.
6. Vergadering en besluitvorming
De Raad van Toezicht komt bijeen zodra uitvoering van hem in deze statuten opgedragen taken dat nodig maakt, doch ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als ten minste een van zijn leden dat wenst. De voorafgaande artikelen waarin de vergadering en de besluitvorming van het bestuur zijn geregeld, zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de Raad van Toezicht.
Gecombineerde vergadering
Artikel 11
1. Doel
In een gecombineerde vergadering van bestuur en Raad van Toezicht worden algemene lijnen van het gevoerde en te voeren beleid besproken, alsmede andere onderwerpen die vooraf door een van hen aan de orde zijn gesteld en geagendeerd.
2. Oproeping
Een gecombineerde vergadering van het bestuur en de Raad van Toezicht wordt gehouden zodra één van hen dat wenst, doch ten minste eenmaal per boekjaar. De secretaris van het bestuur verzorgt in overleg met de voorzitter van de Raad van Toezicht en de eventuele initiatiefnemer de agenda en oproeping aan de leden van het bestuur en de Raad van Toezicht.
3. Voorzitterschap
De gecombineerde vergadering wordt geleid door de voorzitter van de Raad van Toezicht. Bij diens afwezigheid voorzien de aanwezige bestuurders en leden van de Raad van Toezicht in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door het in leeftijd oudste aanwezige lid van de Raad van Toezicht.
Boekjaar, financiële administratie en archief
Artikel 12
1. Boekjaar
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Administratie en archief
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles wat de werkzaamheden van de stichting betreft zodanig te administreren dat de rechten en verplichtingen van de stichting steeds kunnen worden gekend en de administratie met alle bescheiden en andere gegevensdragers die daarbij horen zorgvuldig en op voor naslag en controle toegankelijke wijze te bewaren.
3. Jaarstukken en begroting
Het bestuur zorgt jaarlijks voor een financieel jaarverslag, waaruit blijkt van de ontvangsten en uitgaven van het afgelopen boekjaar en de vermogenstoestand van de stichting aan het einde daarvan. Dit verslag moet binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar van de stichting door het bestuur te zijn vastgesteld en vervolgens meteen ter
goedkeuring aan de Raad van Toezicht te worden voorgelegd, eventueel voorzien van een nadere toelichting. Hetzelfde geldt voor de begroting voor het dan lopende jaar, voorzover dat al niet eerder is gebeurd. De Raad van Toezicht kan, alvorens zijn goedkeuring te verlenen aan het jaarverslag, een eigen onderzoek instellen dan wel het bestuur opdragen de jaarstukken of delen daarvan te doen onderzoeken door een door de Raad van Toezicht aangewezen accountant. Deze accountant brengt van zijn onderzoek verslag uit aan de Raad van Toezicht met een verklaring omtrent de getrouwheid van de hem voorgelegde stukken. Het bestuur ontvangt daarvan een kopie. Het bestuur is verplicht zijn volledige medewerking te verlenen aan dit onderzoek en gevraagd en ongevraagd alle relevante stukken ter beschikking te stellen.
4. Kwijting
Goedkeuring van de jaarstukken door de Raad van Toezicht houdt kwijting van het bestuur in voor de daarin afgelegde verantwoording.
Donateurs
Artikel 13
1. Begrip
Donateurs zijn zij die zich hebben verplicht de stichting door middel van een of meer door het bestuur vast te stellen bijdragen financieel te steunen en als zodanig door het bestuur zijn toegelaten. De verplichting tot betaling van een jaarlijkse bijdrage eindigt eerst met ingang van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin het donateurschap is geëindigd.
2. Rechten donateurs
Donateurs hebben toegang tot door het bestuur te bepalen, van de stichting uitgaande, evenementen, kosteloos of tegen verminderd tarief. Donateurs hebben recht op kosteloze ontvangst van een eventueel door de stichting uit te geven nieuwsbrief of ander periodiek.
Statutenwijziging
Artikel 14
1. Bevoegdheid en besluitvorming
Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit daartoe kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Als op deze vergadering niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal - niet eerder dan twee weken en niet later dan zes weken na de eerste vergadering - een nieuwe vergadering kunnen worden uitgeschreven. In die nieuwe vergadering kan dan - met behoud van gemelde meerderheid van stemmen - tot statutenwijziging worden besloten, ongeacht het aantal dan aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden.
2. Goedkeuringsvereiste
Een besluit tot statutenwijziging behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Voor het goedkeuringsbesluit van de Raad van Toezicht gelden dezelfde vereisten als voor het wijzigingsbesluit van het bestuur, vermeld in het vorige lid. Van de goedkeuring van de Raad van Toezicht moet schriftelijk blijken.
3. Uitvoering
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het besluit. De statutenwijziging komt tot stand door middel van een daartoe op te maken notariële akte. Ieder bestuurslid en ieder lid van de Raad van Toezicht is bevoegd daarbij namens de stichting op te treden, onder overlegging aan de notaris van het stuk of de stukken waaruit van het rechtsgeldig besluit tot wijziging en de voorgeschreven goedkeuring daarvan blijkt. Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het Handelsregister.
Ontbinding van de stichting, fusie, splitsing
Artikel 15
1. Ontbindingsbesluit
Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Voor het besluit tot ontbinding gelden dezelfde regels als hiervoor opgenomen voor het besluit tot statutenwijziging. Het besluit tot ontbinding geeft zo mogelijk ook aan welke bestemming wordt gegeven aan het na vereffening blijkende vereffeningssaldo. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het Handelsregister. De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven jaar nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het Handelsregister.
2. Goedkeuringsvereiste
Het besluit tot ontbinding behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Voor het besluit van de Raad van Toezicht tot goedkeuring van de ontbinding gelden dezelfde vereisten als in het vorige artikel weergegeven voor het besluit tot goedkeuring van een statutenwijziging. Van de goedkeuring van de Raad van Toezicht moet schriftelijk blijken.
3. Andere oorzaak
De stichting wordt bovendien ontbonden:
- door insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;
- door een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.
4. Fusie of splitsing
Voor een besluit tot fusie of splitsing van de stichting of onderdelen daarvan gelden dezelfde regels van besluitvorming en goedkeuring als voorgeschreven voor een statutenwijziging, onverminderd de eisen van de wet.
Vereffening
Artikel 16
1. Vereffenaars
De vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting en de afwikkeling van haar zaken geschiedt door het bestuur.
2. Stichting in liquidatie
De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voorzover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de regels, taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
3. Bestemming vereffeningssaldo
Voor zover dat nog geen deel uitmaakt van het ontbindingsbesluit, bepaalt het bestuur welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de stichting (het vereffeningssaldo) zal worden gegeven. Voor dit nader besluit tot bestemming van het vereffeningssaldo gelden dezelfde vereisten als gelden voor het besluit tot ontbinding, met inbegrip van het vereiste van goedkeuring door de Raad van Toezicht. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende
baten meer aanwezig zijn. De stichting houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het
Handelsregister.
Reglementen
Artikel 17
Het bestuur kan een huishoudelijk reglement of andere reglementen vaststellen, wijzigen of intrekken. Een reglement mag niet in strijd zijn met de statuten of de wet en evenmin onderwerpen bevatten die naar het geldende recht in statuten behoren te worden geregeld.
Onvoorziene gevallen
Artikel 18
In alle gevallen waarin door de statuten of de wet niet is voorzien, beslist het bestuur.

